Opinies


Barack Obama is een voorbeeld - Wouter Van Bellingen

Etnische jobmarkt verwerpelijk - Mohamed Ridouani

13 burgemeesters laten eigen burgers in de kou staan - Jan Roegiers

De onthaaste schooldag van Groen!: weinig sociaal en allerminst efficiënt - Dirk De Cock en Bettina Geysen

Moet ik ook verdraagzaam zijn voor onverdraagzamen in mijn stad? - Wouter Van Bellingen

Een kans met Nederlands - Dirk De Cock

Barack Obama is een voorbeeld
Wouter Van Bellingen, 6 november 2008.

Wouter Van Bellingen vraagt zich af of Vlaanderen ook al klaar is voor een minister-president met een kleurtje. En of we de stemplicht niet beter afschaffen en de kiezers proberen enthousiast te krijgen, zoals Obama deed.

Moeten wij in Vlaanderen geen lessen trekken uit de Amerikaanse verkiezingen?
De impact van deze verkiezingen kan niet overschat worden. Barack Obama symboliseert de verandering waar Amerika en de wereld naar smachten. Ik volg Barack Obama al sinds zijn speech op het congres van John Kerry in 2004. Hij was de enige democraat die zich consequent opstelde tegen de oorlog in Irak, die opkomt voor samenwerking op internationaal niveau, die de klimaatsverandering serieus neemt en die hopelijk het vergeten continent terug op het wereldtoneel brengt. Vooral daarom wakkerde hij mijn interesse aan.

Het is van J.F. Kennedy geleden dat een Amerikaanse president zo de gemoederen in positieve zin kon beroeren. Nog nooit heeft iemand met zijn boodschap voor verandering zo veel mensen op de been gebracht. De verandering is met deze historische uitslag al ingezet. Dit is de eerste overwinning van het Amerikaanse volk. ‘A government of the people, by the people and for the people’, zoals Obama in zijn overweldigdende overwinningstoespraak stelde. Uit de toekomst zal blijken of Obama de loodzware taak en de immense uitdagingen tot een goed einde gaat brengen. Hij is er in elk geval in geslaagd om de raciale grenzen te overstijgen en het Amerikaanse volk te verenigen. Natuurlijk had hij een grote voorganger die het pad voor hem had geëffend: de in 1968 vermoorde Martin Luther King. Maar het is Barack Obama zelf die erin is geslaagd om door het glazen plafond te breken.

Wat bovendien nog belangrijker is, is de wervingskracht van Obama zelf. Meer dan ooit leefde de bevolking mee met het reilen en zeilen van beide campagnes. Hij heeft miljoenen mensen, jong en oud, arm en rijk, Democraat en Republikein, zwart, blank, Hispanic, Aziatisch, native American, homo, hetero, valide en mindervalide opnieuw doen geloven dat het kan.
Maar kan dit in Vlaanderen ook? Is Vlaanderen klaar voor een burgemeester of zelfs een minister-president met een kleurtje?

Barack Obama is een voorbeeld. Zijn boodschap van hoop en verandering geeft mij kracht om ook hier in Vlaanderen te blijven strijden. Maar met welke wapens? Is stemplicht een verzekering dat er miljoenen betrokken zijn bij de democratie? Of heeft Obama nu bewezen dat stemrecht een geweldige manier is om burgers te prikkelen om heel bewust hun stem te gaan uitbrengen? In de Verenigde Staten zijn nog nooit zo veel mensen vrijwillig gaan stemmen, uit eigen wil uren gaan aanschuiven omdat hun stem het verschil kan maken. Nog nooit zijn zo veel mensen betrokken bij de politiek. Moeten wij in Vlaanderen geen lessen trekken uit deze verkiezingen? De politieke onverschilligheid in Vlaanderen was nog nooit zo groot. Ook wij, politici, verkozen door het volk, moeten terug alle mensen, van welke leeftijd, met welke kleur en van welke geaardheid ook overtuigen dat hun stem het verschil kan maken. Dat hun stem de verandering kan teweegbrengen die ook Vlaanderen broodnodig heeft. Ik geloof dat dit kan.

Anderhalf jaar geleden heb ik al met mijn eigen ogen de kracht van de mensen in Vlaanderen gezien toen ik honderden koppels mocht trouwen in Sint-Niklaas. Op 7 juni 2009 moet voor ons met de Vlaamse en Europese verkiezingen het moment van verandering aanbreken. Op 8 juni moeten wij zeggen dat ook in Vlaanderen de verandering in de geesten van de mensen heeft plaatsgevonden. Ook hier moeten we samen nog heel wat muren slopen en nieuwe bruggen slaan tussen religies, rassen en landen. Obama gaf dat ook aan in zijn toespraak op 24 juli 2008 in Berlijn.

Ik pleit in dat verband ook om het debat over stemplicht en stemrecht opnieuw te openen. De Amerikaanse verkiezingen hebben aangetoond dat stemrecht een extra pigment aan de democratie geeft. Rechten kunnen enthousiasmeren en wervend werken, terwijl plichten vaak leiden tot beperking en verzuring.

Wouter Van Bellingen (Vl.Pro) is schepen in Sint-Niklaas.

Gepubliceerd in De Standaard van 6 november 2008, p.31

terug naar boven

Etnische jobmarkt verwerpelijk

Mohamed Ridouani, 27 oktober 2008.

KifKif organiseert vrijdag een interculturele jobbeurs voor hoogopgeleide allochtonen. ‘Diversiteit boven! zou je bijna uitroepen. Maar laat ons even de kuddegeest weerstaan en de zaken nuchter bekijken’, zegt MOHAMED RIDOUANI.

Laat ons even aan de kuddegeest weerstaan en de zaken nuchter bekijken

Het idee van een etnische jobmarkt voor hoogopgeleide allochtone Vlamingen is om verschillende redenen verwerpelijk en er vallen bovendien enkele lessen uit te trekken. Want ironisch genoeg, zo blijkt, zit Vlaanderen perfect op schema in het oerklassieke integratieproces van minderheden (vandaag vooral van Turkse en Marokkaanse origine). Zo stel ik vast dat er stilaan een allochtone elite opstaat die er vooral op gericht is goed voor zichzelf te zorgen en zich duidelijk van de brede kansarme massa afschermt.
De integratie van minderheden is steeds een heikel punt en brengt geregeld maatschappelijke stress met zich mee. En hoewel Vlaanderen geen uitzondering is op dit punt lijken we niet te leren van het verleden. Integendeel, we worden alsmaar beter in het camoufleren van de problemen door ze te verzuipen in een groter geheel.

In plaats van integratie van minderheden heet het nu diversiteit. Een containerbegrip dat naast allochtone Vlamingen ook nieuwe migranten, holebi’s, vrouwen, senioren en gehandicapten viseert teneinde hun inclusie in de samenleving te verbeteren. Als nieuwbakken schepen (ik koos in 2007 voor de politiek na vier jaar bedrijfsconsulting) was ik absoluut een believer. Ontnuchterend was het te beseffen dat aan droombeelden geen acties worden gekoppeld.

Diversiteit als streefbeeld is eerbaar en nodig, maar wordt in de praktijk niet uitgevoerd met een samenhangend en effectief integratiebeleid. Op enkele uitzonderingen na is het ganse diversiteitsverhaal een lege doos gebleven. De wolligheid waarmee het begrip ‘diversiteit’ beladen is, heeft hiertoe bijgedragen en beperkt het ganse integratieverhaal tot vooral culturele initiatieven. Socio-economisch gebeurt er weinig, tenzij voor de goedopgeleide allochtoon.

Dit probleem van onoverzichtelijkheid wordt versterkt doordat ook binnen elke doelgroep verschillen bestaan. De noden van nieuwe migranten (zijnde taalopleiding en werk) zijn in geen geval te vergelijken met de uitdagingen van tweede en derdegeneratie allochtone jongeren, geboren en getogen Vlamingen (zijnde onderwijsachterstand en identiteit).

Het zorgt er ook voor dat we uiterst voorzichtig moeten zijn met statistische gegevens rond die doelgroepen. Ik trek de cijfergegevens die KifKif aanhaalt - werkloosheid bij hoogopgeleide allochtonen stijgt sterker (DS 24 oktober) - dan ook serieus in twijfel, aangezien VDAB geen bevestiging kan geven over de juistheid ervan.
Het is tijd dat we meer realisme en nuchterheid in het integratiedebat brengen door de zaken te benoemen zoals ze zijn en door verschillende doelgroepen verschillend te benaderen. En de aandacht moet in de eerste plaats gaan naar het ondersteunen van de zwaksten in hun emancipatie en niet naar de elite van allochtonen die het ‘gemaakt’ hebben. Die reflex zou ik ook verwachten van een intellectueel platform als KifKif.

En juist daar knelt het schoentje met het initiatief van de jobbeurs. Die trekt welopgeleide tweede en derdegeneratie jongeren aan die eigenlijk het topje van de ijsberg zijn en waarvan de inclusie op socio-economisch vlak in Vlaanderen een evidentie is. En indien dat niet zo is en deze afgestudeerde jongeren (vaak toptalent) geen eerlijke kans krijgen op een job, dan gaat het om discriminatie en racisme en moet dát hard aangepakt worden. De bestrijding van die twee uitsluitingsmechanismen laat je niet over aan de goodwill van enkele bedrijven.

De waarheid is dat de visvijver aan goed opgeleid allochtoon talent voor bedrijven eigenlijk zo goed als leeg is. De KifKif-beurs vult voor één dag deze vijver en wekt op die manier de indruk dat er werkelijk een engagement aanwezig is bij de overheid en de deelnemende bedrijven rond tewerkstelling van allochtonen.
Een grootschalig onderzoek van de universiteit Antwerpen wees uit dat 55 procent van Turkse en Marokkaanse allochtonen onder de armoedegrens leeft. Daarnaast behaalt meer dan de helft van de jongeren geen diploma secundair onderwijs. Zie daar een gapende sociale achterstand die ons voor zowel een economisch als moreel probleem plaatst. KifKif, als belangrijke bestrijder van het culturele stigma dat allochtonen achtervolgt, is zeer goed op de hoogte van deze enorme kansarmoede en brengt dit ook regelmatig ter sprake. Nu nog handelen vanuit de overtuiging.

Mohamed Ridouani is schepen in Leuven en bestuurslid van VlaamsProgressieven

Gepubliceerd in De Standaard van 27 oktober 2008, p.16

terug naar boven

13 burgemeesters laten eigen burgers in de kou staan

Jan Roegiers, 7 oktober 2008.

Ik vraag mij af hoe het mogelijk is. Liefst 13 burgemeesters van Vlaamse gemeenten vertikken het om ook maar enige inspanning te leveren als het om sociale huisvesting gaat. Ik ben zo verbolgen dat ik hen heel bewust onderaan deze tekst met naam en toenaam vermeld, zodat ze wakker schrikken uit hun asociale slaap en heel Vlaanderen kan zien hoe zwaar ze in gebreke blijven.

Niet iedereen kan zich een eigen huis kan veroorloven. Dat is jammer, maar mag geen excuus zijn voor de 13 burgemeesters om zich achter te verschuilen. De huurmarkt moet daarvoor een alternatief bieden, maar die is lang niet toereikend voor iedereen. Huurders moeten immers betaalbaar, kwalitatief en gezond kunnen wonen. Volgens de meest recente cijfers moeten kandidaathuurders 858 dagen – twee jaar en drie maanden! – wachten voor hen een geschikte woning wordt aangeboden. Dat is een onaanvaardbaar lange tijd voor de meer dan 75.000 mensen die op een wachtlijst staan voor één van de 140.000 beschikbare sociale huurwoningen. Vlaanderen telt dus té weinig sociale huurwoningen met té lange wachtlijsten.
Ik vind dat het voorzien van sociale woningen een plicht moet zijn voor álle gemeenten en ik beschuldig dan ook onomwonden 20% van alle Vlaamse gemeentebesturen ervan een asoci-aal woonbeleid te voeren. Dertien Vlaamse gemeenten – Ranst, Herstappe, De Pinte, Hore-beke, Kruishoutem, Herne, Lennik, Linkebeek, Pepingen, Geetbets, Glabbeek, en Kortenaken – hebben geen enkele sociale huurwoning. Het wordt helemaal triest als je weet dat in niet minder dan 64 gemeenten de laatste 10 jaar geen enkele sociale woning is bijgebouwd. Ik pleit dan ook nadrukkelijk voor het opleggen van een fatsoensgrens van 5% sociale huurwo-ningen per gemeente. VlaamsProgressieven is samen met mij bereid om na te denken over financiële hefbomen in het Gemeentefonds die sociale gemeenten méér bevoordelen tegenover asociale gemeenten.

Ik ben ook nadrukkelijk voorstander van sociale woningen in gewone woonwijken, ook al is dit duurder dan het traditionele realiseren van groepsbouw. Daarom pleit ik voor een speciaal fonds waaruit huisvestingsmaatschappijen extra financiële middelen kunnen putten voor het realiseren en onderhouden van deze projecten.

Het zou flauw zijn van die 13 asociale burgemeesters om het gebrek aan bouwpercelen als excuus in te roepen. Bijbouwen is niet echt creatief en een drastische verhoging van het aantal sociale huurwoningen zal op korte termijn de behoeften van de huurders ook niet dekken. Aan de snelheid waarmee vandaag de dag sociale huurwoningen op de markt komen zou het ruim 30 jaar duren voor de 75.000 wachtenden onder dak zijn.

Naast de sociale huurmarkt is er ook de private markt en ook daar liggen kansen. Om betaalbare huurwoningen op de private markt aan te bieden kan je beter kiezen voor de invoering van een vrijwillig systeem van objectivering van de huurprijzen. De huurder weet zo op voorhand exact hoeveel een bepaald type huis of appartement kost en bij de berekening van de huurprijs wordt rekening gehouden met soort woning, bewoonbare oppervlakte, comfortniveau of omgevingsfactoren.

De sleutel tot succes is de betrokkenheid van verhuurders. Indien ze in het systeem van objectivering van de huurprijzen stappen, krijgen ze een aantal voordelen: (hogere) renovatiepremies, verhoogde fiscale aftrekbaarheid van de verbouwingskosten en – heel belangrijk - de uitbreiding van het huurfonds voor wanbetalers. Zo krijgt de eigenaar compensaties én meer zekerheid over de ontvangst van het maandelijks huurgeld.

De burgemeesters moeten ook oog hebben voor evidente oplossingen. Ze moeten er samen met de energieleveranciers voor zorgen dat mensen met lagere inkomens goedkoop kunnen lenen om hun woning energiezuiniger te maken. Bewoners van oude en bescheiden woningen kan je een eind op weg helpen met een gratis energiescan. De bescheiden energiebesparende maatregelen die zo worden uitgevoerd leiden tot een winst van enkele honderden euro’s op de energiefactuur.

Dit zijn de 13 burgemeesters die het etiket asociaal op hun sjerp mogen prikken: Martin Van Peteghem (De Pinte, CD&V), Paul Tant (Kruishoutem, CD&V), Joseph Browaeys (Horebeke Volksbelangen- Open VLD), Kris Poelaert (Herne, CD&V), Andre De Roubaix (Pepingen, CD&V), Willy De Waele (Lennik, Open VLD), Damien Thiery, (Linkebeek MR), Jean Vanschoubroek (Glabbeek, CD&V), Stefaan Devos (Kortenaken, CD&V), Benny Munten (Geet-bets, CD&V), Lode Hofmans (Ranst, Open VLD), Serge Louwet (Herstappe, HTD-HDM) en Begijnendijk (Willy Michiels, Begijnendijk, MGB)

Heren, (inderdaad het zijn allemaal mannen) schiet alsjeblief snel in actie. De winter staat voor de deur. Kom zelf eens buiten en meet de temperatuur bij de burgers op de wachtlijsten in jullie gemeenten. Doe iets voor hen, laat ze niet in de kou staan!

Jan Roegiers is volksvertegenwoordiger voor VlaamsProgressieven. Hij is lid van de commissie Wonen van het Vlaams Parlement en bestuurder van Gentse SHM Scheldevallei.

terug naar boven


De onthaaste schooldag van Groen!: weinig sociaal en allerminst efficiënt

Dirk De Cock en Bettina Geysen, 19 september 2008

De onthaaste schooldag van Groen! is een schoolvoorbeeld van hoe een mooi uitgangspunt kan leiden tot een slecht idee. Een poging om sociaal te zijn, lijkt bij nader inzien toch niet zo bevorderlijk voor de tijdsindeling van kinderen, ouders en leerkrachten. Bovendien is het idee vooral weinig efficiënt: heeft iemand bij Groen! een rekenmachine gelegd naast dit voorstel?

Die onthaaste lagere schooldag begint om acht uur ’s morgens en loopt tot 18.00 uur. Binnen deze periode wisselen lessen rekenen zich af met keuze activiteiten, muziek, tekenen, toneel…worden ruime ravotpauzes ingebouwd, wordt er aan sport gedaan over de individuele klassen heen net zoals in de sportclub. Groen! vindt de buitenschoolse activiteiten zo belangrijk dat ze er elk kind naar de school wil voor brengen. Maar vindt een kind dit wel allemaal leuk? Groen! heeft hier duidelijk ook niet gedacht aan de ouders, die in dit systeem hun oogappels elke dag een paar uur extra moeten missen. En hebben ouders en kinderen nog de vrijheid om zelf te kiezen hoe ze die bijkomende uren invullen?

“De schooldag is steeds meer gereduceerd tot kennisoverdracht”, stelt Groen!. VlaamsProgressieven erkent dit probleem, maar ziet geen oplossing in het groene voorstel om een kind een volledige dag in een school te laten doorbrengen. En dat kinderen van lagere sociale klassen veel minder participeren aan buitenschoolse activiteiten is inderdaad ook een gekend probleem. Maar de oplossing ligt ook hier niet in het uitbreiden van de schooluren.

VlaamsProgressieven wil ook meer sport, cultuur en ontspanning voor onze kinderen. Wij willen ook sterk inzetten op het dichten van de sociale kloof in het onderwijs. Het groene voorstel sluit echter kinderen op in een sociale kooi die zich beperkt tot de schoolkring. Terwijl een kind moet kunnen proeven van ontmoetingen en nieuwe werelden. En we zullen maar niet ingaan op de nefaste gevolgen voor het bloeiende verenigingsleven in Vlaanderen. Voor VlaamsProgressieven moeten er oplossingen gezocht worden op verschillende niveaus. Dit overstijgt de school. Precies daarom willen wij uit de schoolmuren breken.
Dat moet het uitgangspunt zijn waarmee we ons lager onderwijs drastisch hervormen. Het concept brede school kent meer en meer ingang. In een brede school wordt met verschillende (lokale) partners gewerkt aan een ruime ondersteuning van kinderen, jongeren, het gezin en de lokale gemeenschap. Een school kan hierin één van de (centrale) partners zijn, maar ook de bibliotheek, de sportdienst, kinderopvang, culturele verenigingen… kunnen belangrijke partners zijn. Centraal hierbij staat het werken aan gelijke onderwijskansen, het uitbreiden van de ervaringswereld, het creëren van ontmoetingsplaatsen en vormingsmomenten voor kinderen, jongeren en volwassenen. Op dit moment lopen er verschillende projecten. Het vormt de uitdaging om de komende jaren dit uit de proeftuinfase te liften en open te trekken naar alle scholen.
Binnen de Brede School moet er alvast veel aandacht gaan naar naschoolse kinderopvang. En laat ons die ook vernieuwen. Waarom met de kinderen niet eens afspreken in de sporthal of in het park? Je kan ook in de school jeugdleiders uitnodigen om een spel te organiseren?

Ook beperktere vernieuwingen kunnen een schooldag meer op de leefwereld en noden van kinderen afstemmen. In het lager onderwijs zou men – zoals steeds meer in het secundair onderwijs – tijdens de middagpauze sport, spel of cultuur kunnen aanbieden. En natuurlijk moet er tijdens de reguliere uren aandacht zijn voor verschillende activiteiten en niet enkel kennisoverdracht.

Onze schoolinfrastructuur is jaren verwaarloosd. Op het einde van deze legislatuur zal de overheid een serieuze inhaalbeweging hebben gemaakt. Bovendien zal het de eerste maal zijn dat ook kwaliteit centraal staat binnen onze scholenbouw. Ongetwijfeld vloeien er uit die scholenbouw en de proeftuinen Brede school nieuwe ideeën en ervaringen die ook nuttig kunnen zijn voor de speelplaats en de bredere schoolomgeving. Het concept speelweefsel is hiervoor een uitermate geschikt instrument. Hier wil VlaamsProgressieven bovendien de rol van de lokale besturen belichten. Speelweefsel is een heel recent ontwikkelde methode van ruimtelijke ordening. Hierbij worden speelkansen geïntegreerd en verweven in de publieke ruimte. Het idee gaat een aantal stappen verder dan geïsoleerde speelpleintjes. De bedoeling is een netwerk van formele speelterreinen (speelbossen, jeugdlokalen, scholen,…) en informele speelruimtes (marktplein, groene ruimte, bibliotheek, zwembad,…) te creëren. De verbindingen tussen deze verschillende speelruimtes moeten een maximale kindvriendelijkheid en –veiligheid garanderen.
Ruimte voor kinderen en verkeersveiligheid zouden voor alle lokale besturen hoog op hun prioriteitenlijst moeten staan.

Voor VlaamsProgressieven is het duidelijk dat een dag van een kind meer is dan een schooldag. Laat ons die dag zo boeiend, kleurrijk en divers maken voor élk kind.

Bettina Geysen, voorzitter VlaamsProgressieven
Dirk De Cock, Vlaams Parlementslid
19 september 2008

terug naar boven


Moet ik ook verdraagzaam zijn voor onverdraagzamen in mijn stad?

Wouter Van Bellingen, 30 juni 2008

Na afloop van dit weekend weet ik weer waarom ik aan politiek doe. Ik voelde mij voor het eerst in lange tijd niet lekker in mijn stad. Niet in het minst lag het bezoek van ex-KKK-leider David Duke mee aan de basis van dit gevoel.

Vanuit mijn jeugd herinner ik mij nog films als Mississippi Burning met angstaanjagende scènes waar gemaskerde personages van de KuKluxKlan haat en racisme predikten en tot wrede gruweldaden overgingen tegen de zwarte bevolking in de staat Mississippi. Beelden die op mijn netvlies gebrand staan. Het feit dat een gewezen leider van deze groepering, die alles uitdraagt waar ik níet voor sta, logeerde in mijn stad, gaf mij een heel onbehaaglijk gevoel. Op zo’n moment sta je zelfs als schepen een stuk machteloos toe te kijken. Iedereen is in onze stad welkom maar waar trek je de grens? Ik heb het afgelopen weekend heel hard geworsteld met deze vraag en ben er nog niet helemaal uit. Hoe tolerant kan men zijn voor mensen die niet tolerant zijn? Hoe welkom zijn mensen die anderen niet aanvaarden?

Iedereen is vrij om te gaan en staan waar hij wil. Zonder discussie. Maar een politiek mandataris heeft toch wel enige verantwoordelijkheid voor wie hij of zij ontvangt. Zelfs in je eigen woning. Het feit dat Duke logeerde bij Vlaams Belang-gemeenteraadslid Karin Milik en haar echtgenoot Thierry De Rijcke (bodyguard van Philip Dewinter), deed mij dan toch ook even schrikken, maar het verbaasde mij niet. De manier waarop een collega van Millik afgelopen gemeenteraad nog fulmineerde tegen het minderhedenbeleidsplan door het voorlezen van een anonieme brief vol racistisch scheldproza sprak boekdelen. Van collega’s heb ik begrepen dat het VB trouwens in elke Vlaamse stad tekeer gaat tegen minderhedenbeleidsplannen.

Andermaal komt het ware gezicht van deze extremistische partij naar boven. Vlaggenacties en gematigde folders die Vlaamse symbolen willen inpikken op 11 juli reppen met geen woord over het racistisch ideeëngoed waar deze partij van doordrongen is. De leugenachtigheid van het laagje vernis bezorgt mij rillingen, en met mij nog heel wat andere mensen. Als partijsecretaris van VlaamsProgressieven kreeg ik vragen van progressief denkende Vlamingen die op 11 juli graag een vlag willen buiten hangen over hoe ze kunnen duidelijk maken dat ze geen VB’ers zijn. Is dit niet schrijnend?

Vlaanderen is een gastvrije regio, ondanks de racistische uitingen van een haatdragende minderheid. En dat willen wij als VlaamsProgressieven ook duidelijk uitdragen. Daarom zullen wij op 11 juli kleur geven aan Vlaanderen. Ik nodig iedereen uit om op 11 juli af te zakken naar de Grote Markt in Sint-Niklaas om onze Vlaamse feestdag mee te vieren in een sfeer van openheid en verdraagzaamheid. Als schepen bouw ik ondertussen anderhalf jaar, samen met een hele groep mensen, aan een stad waar ieder weldenkend mens zich thuis kan voelen. Een stad waar diversiteit troef is en waar tolerantie een kernwaarde is. Dit is mijn drijfveer. Daarom doe ik aan politiek!

Wouter Van Bellingen
Nationaal Secretaris VlaamsProgressieven
Schepen van burgerzaken, jeugd en internationale samenwerking Sint-Niklaas
30 juni 2008

terug naar boven


Een kans met Nederlands

Dirk De Cock, 16 januari 2008

De roep om hoger onderwijs in het Engels in Vlaanderen is weer luid hoorbaar. Er is de studie van professor Soete m.b.t. innovatie en er is de eerder magere instroom van Erasmusstudenten. Er zwermen meer Vlaamse studenten over Europa uit, dan er Europeanen terugkomen en studenten zijn nu eenmaal centen! Vandaar dat de universiteiten erop uit zijn om studenten te lokken via het Engels, terwijl de Erasmusprojecten juist tot doel hebben om studenten gedurende een jaar of een semester onder te dompelen in de taal en cultuur van de regio of het land van de ontvangende universiteit of hogeschool. Een eventuele verengelsing staat haaks op het principe van een Erasmusstage.

Maar er is meer, wanneer wij in het universitair en het hoger onderwijs de deur openzetten voor onderwijs in het Engels, dan degraderen wij onze taal op middelkorte termijn. Europa betekent “eenheid in verscheidenheid”, verscheidenheid in talen en culturen is een factor van rijkdom. Het Europees project kan alleen maar slagen als het respect opbrengt voor deze principes. Tijdens het jaar van de talen en de diversiteit (2008) lijkt een versmalling van het taalgebruik binnen de universitaire ruimte naar functioneel Engels een eerder omgekeerd uitgangspunt.

Elke taal is telkens een andere bril is waardoor iemand de wereld rondom zich in kaart kan brengen, meertaligheid is dus zonder meer een troef. Wanneer we nu overschakelen op functioneel Engels, dan geven we meteen de voorsprong van meertaligheid uit handen en steunen we de minimalisten (die alleen hun moedertaal spreken en soms notie hebben van een tweede taal.) Vlaanderen heeft een hoge graad van meertaligheid, maar die meertaligheid vertrekt vanuit het Nederlands. Al het andere leidt tot vervreemding en tot culturele uitholling Meertaligheid kan enkel vertrekken vanuit een uitmuntende kennis van de eigen taal, maar in Vlaanderen zitten we nog in een evolutieproces naar de standaardtaal en nu zou plots het Engels de onderwijstaal worden in grote segmenten van het hoger onderwijs. Op die manier doe je natuurlijk niet aan culturele kruisbestuiving, maar geef je platweg toe aan de mercantiele visie op onderwijs, zoals die in de Angelsaksische landen opgeld maakt. Het Nederlands is een middelgrote taal, maar de Angelsaksische druk op het hoger onderwijs is groot.

Het voorstel om in het Engels te doceren is helemaal niet progressief, wel integendeel! Het gaat voorbij aan de wil om voor iedereen gelijke kansen te creëren in het hoger onderwijs. Het leerplichtonderwijs heeft de laatste jaren gigantische inspanningen geleverd om het Nederlands als onderwijstaal voldoende sterk te maken bij kansarme kinderen en bij kinderen van allochtone afkomst. Het is de bedoeling om in het hoger onderwijs voldoende doorstroming te realiseren van jonge mensen uit deze groepen. De reden van de geringe instroom tot nog toe heeft te maken met de gebrekkige taalkennis, waardoor die kinderen achterop raken. Net nu die inspanningen om de achterstand m.b.t. het Nederlands weg te werken, vruchten beginnen af te werpen, wil men een bijkomende drempel inbouwen door aan onze universiteiten en hogescholen het Engels in te voeren. Dit zet de poort wagenwijd open naar een duale (kennis)maatschappij.Wanneer men in het hoger onderwijs het Engels wil invoeren, zal dat repercussies hebben op het middelbaar en op het basisonderwijs. Ouders zullen vragende partij zijn om meer en vroeger dan nu het geval is Engels te onderwijzen. Er zal een parallel circuit ontstaan, waardoor diegenen met meer financiële draagkracht hun kinderen alsnog meer Engels zullen aanbieden. Hierdoor begeven we ons weer een beetje meer in de richting van de gevreesde duale maatschappij.

Een taal raakt in het defensief en haar status degradeert finaal, wanneer zij zich als middel tot kennisoverdracht in haar hoger onderwijs niet kan handhaven. Het hoger onderwijs is de natuurlijke biotoop van het Nederlands. De leefruimte van een taal is voor een stuk het onderwijs en daar komen de impulsen vooral van de universitaire wereld, haar afgestudeerden en van het wetenschappelijk onderzoek. Betekenen internationalisering en mondialisering dat we de eigen taal moeten laten verschralen, ten voordele van een verarmd en verarmend Engels? Moeten onze studenten, op een ogenblik dat het opdoen van specialistische kennis in hoge mate van taalnuancering afhangt, in contact komen met professoren die niet in hun moedertaal doceren en dus hoe dan ook op een lager taalniveau functioneren? En hoe moet een student examens in het Nederlands afleggen, waar professoren niet geneigd zullen zijn om nog voor Nederlandstalige cursussen te zorgen en de hele gespecialiseerde vakterminologie in een andere taal gedoceerd werd. In de huidige regelgeving is al veel ruimte voor onderwijs in het Engels en bijna elke na-master opleiding gebeurt nu al in die taal. Wat in Nederland gebeurt, moet ons in dit opzicht niet tot voorbeeld strekken, maar eerder als een geslaagde vorm van afschrikking voor ogen staan. Willen we in dat Nederlandse verhaal mee instappen? Wie van zichzelf vervreemdt, vervreemdt van de andere. Je kan de anderen maar in hun echtheid en eigenheid tegemoet treden als je zelf stevige wortels hebt! Het Nederlands heeft als een van de eerste Europese talen de aanzet gegeven om inzake wetenschappelijk onderzoek het Latijn te verlaten, als taal hebben we een uitstekende staat van dienst.

De vernederlandsing van het hoger onderwijs bracht in Vlaanderen een nooit geziene emancipatie teweeg met een krachtige inhaalbeweging die uitmondde in de eerste democratiseringsgolf. Basisdemocratie vertrekt van het recht op onderwijs in eigen taal. Daarom is “Spielerei” met de decreten voor het hoger onderwijs niet aangewezen en al helemaal niet met betrekking tot de onderwijstaal.Het huidige onderwijsbeleid maakt werk van een tweede democratiseringsgolf. De verengelsing van ons hoger onderwijs kan hier een serieuze spelbreker zijn. De keuze voor het Nederlands is geen conservatieve houding, maar een progressief verhaal van gelijke kansen.

Dirk De Cock,Vlaams Volksvertegenwoordiger
Ondervoorzitter van de Commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement

Gepubliceerd in De Standaard van 16 januari 2008, p. 22

terug naar boven