Columns
De Kleurrijke schooltijd van Bettina Geysen
Column van Bettina Geysen over uitstelgedrag Bart De Wever
De Kleurrijke schooltijd van Bettina Geysen
Even terugkijken op mijn schooltijd geeft een goed gevoel. Voor mij was dit een tijd van plezier maken en veel nieuwe dingen ontdekken. Mijn schoolloopbaan lijkt misschien niet evident, maar boeiend was ze in elk geval!
Mijn eerste schoolervaringen deed ik op in een integratieschooltje in Borgerhout. Een bewuste keuze van mijn ouders die ons zo lieten aanvoelen dat er wel wat meer bestond dan de Cogels-Osylei waar we toen woonden. Ik denk dat ik mijn grote hang naar tolerantie van daar heb overgehouden. Als één van de enige blanke meisjes dat geen Arabisch of ‘Antwaerps’ sprak was ik eigenlijk een buitenbeentje. Maar als kind stel je je daar weinig of geen vragen bij. Ik werd ondergedompeld in verschillende culturen zonder dat ik eigenlijk begreep wat er gebeurde. Ik keek met grote ogen naar de ‘henna’- handen van mijn klasgenootjes en herinner mij de lege brooddozen tijdens de ramadan, maar liet mij ook niet doen door het macho-gedrag van een aantal jongens in mijn klas. Ik was gewoon mezelf tussen de anderen, er waren geen clans. Iedereen hoorde gewoon samen.
Toen we verhuisden naar Heide - Kalmthout brak er een heel andere tijd aan. Elke morgen fietsten we zo’n 8 km naar het Koninklijk Atheneum in Kapellen. Meer dan de helft van de leerlingen kwam toen met de fiets, wat een heel aangename sfeer met zich meebracht. Ik herinner me nog goed de reusachtige fietsstallingen op school en vooral ook de verschillende fiets’clans’. Je vertrok ’s morgens met een paar vriendinnen en onderweg pikten steeds meer fietsers aan, zodat je uiteindelijk met 15 à 20 man op school aan kwam. Bij hevig regenweer gingen de deuren van de turnzaal ’s morgens open en kon iedereen zijn of haar turnkleren aantrekken zodat de natte kleren konden opdrogen. Niemand vond het vreemd om een dag in turnkleren rond te lopen. Scheen de zon, dan lonkten het grote grasplein en het bos. Het feit dat je met een paar vriendinnen tijdens de vrije momenten even kon rondhangen in het bos of even kon zonnen op het gras gaf een heel goed gevoel. De school slaagde er in een open sfeer te creëren die er voor zorgde dat je je thuis voelde. Zo kregen alle leerlingen in het begin van het schooljaar ook een rondleiding in het internaat van de school. Een leuk kasteeltje dat achter het bos was gelegen. Zo wisten wij ook waar onze klasgenootjes die intern waren, verbleven. Ondanks het feit dat er zowel kinderen uit de hele rijke buurt van Kapellenbos als minder begoede kinderen uit Ekeren op onze school zaten, speelden die klassenverschillen niet, of heb ik ze in alle geval niet aangevoeld. Wat wél apart aanvoelde, was het ‘rookkot’ voor de vijfdes en de zesdes. Jongere leerlingen mochten hier niet binnen en telkens als de deur open ging, kwam daar een enorme rookwalm naar buiten. Spijtig genoeg veranderde ik eind vierde jaar opnieuw van school, waardoor ik de mysteries van ‘het kot’ nooit heb kunnen ontdekken, maar waardoor ook de verlokkingen van het roken aan mij voorbij zijn gegaan.
De derde graad van de middelbare school was opnieuw een andere ervaring. Ik liep toen school in het Lyceum van Antwerpen ten tijde van de beruchte ‘Millet-reportage’ van Paul Jambers voor Panorma. De prestigementaliteit die in de reportage werd aangeklaagd, heerste daar naar mijn gevoel ook écht. Een aantal leerkrachten vonden dit verschil eigenlijk wel OK en behandelden de leerlingen ook verschillend. Zo herinner ik mij hoe de zoon van een politicus, bij een aantal leerkrachten toch wel net iets meer mocht dan de rest. Ook herinner ik mij hoe hij werd afgezet door de chauffeur van zijn vader en hoe af en toe een filmploeg verscheen aan de schoolpoort toen papa zoonlief kwam afleveren. Het was flink wennen voor mij , want van het kleurrijk karakter dat ik kende uit mijn lagere schooltijd en van de jolige fietsbende uit Kalmthout was hier maar weinig meer over. Toch heb ik mij ook hier weten te integreren, zonder mee te heulen met de verschillende hypes. Rang, stand, klasse, discriminatie, … hebben voor mij heel veel met onderwijs te maken. De keuze van een school gaat over meer dan over goeie punten halen en slimme kinderen afleveren. Wat telt is het proces dat je doorloopt en de waarden die je meekrijgt. Zonder het te beseffen heb ik van verschillende smaakjes kunnen proeven en voel ik mij, dankzij mijn schooltijd, thuis in de meest diverse omgevingen!
Bettina Geysen
Deze column verscheen in het tijdschrift Go!&co, jg 2/nr 3, september 2008
terug naar boven
Column van Bettina Geysen over uitstelgedrag.
“Pak de koe bij de horens, De Wever! Pak de koe bij de horens!”. Bart De Wever zit in kleermakerszit voor zich uit te staren. Enkel gehuld in een zwartlederen schaamlapje aanhoort hij tien medepatiënten. Kordaat moedigen ze hem aan om zijn aandoening te bestrijden, zijn verslaving aan te pakken en zijn toekomst zelf in handen te nemen. “Bart De Wever jongen, wees eerlijk, en durf nu eindelijk eens beslissen!“
“Ik ga rechtuit zijn”, sprak de therapeut. “Jij kan genezen, De Wever, en bij uitbreiding heel Vlaanderen van jou. Maar we moeten dan wel al je fouten onder ogen zien. Sta me toe ze even voor jou op te sommen. Wees gerust, ik doe dit voor je geestelijk welzijn en in ’s lands belang. Iedereen op de hoogte brengen, is een deel van het genezingsproces. Ik zal daarom na deze analyse uw persoonlijk spelletje lekken naar de pers, ook meteen overnemen. Maar merk je het verschil al? Ik ben eerlijk en rechtuit en wil je helpen. Jij hebt in het verleden gelekt voor je eigen plezier. Wat zeg ik? Omwille van je eigen hardnekkige verslaving .”
Een diepe zucht, recht vanuit de onderbuik, trekt langs de trillende lippen van Bart De Wever. Het zweet parelt op zijn rug. Jarenlang heeft hij een bezoek aan deze kleine therapeutische kring proberen uit te stellen. Nu moet hij de keiharde waarheid te lijf gaan. Hij weet dat zijn Vlaams masker over enkele ogenblikken aan diggelen valt. Met dichtgeknepen billen luistert hij verder naar de therapeut.
“De Wever, jij lijdt aan procrastinatie, ook wel uitstelgedrag genoemd. Het pijnlijke is dat jij dat maar al te goed weet en daar ook geweldig van geniet, maar dat jouw omgeving daar keihard onder lijdt.
Jij moet nu maar eens klaar en duidelijk vertellen dat je nooit een staathervorming wil, dat je ook geen toekomstplan hebt voor het Vlaanderen dat je beweert zo hartelijk lief te hebben. Keer op keer stel je een ferme deadline. Elke keer opnieuw lap je die samen met Yves Leterme vrolijk aan je laars.”
“Om te genezen, De Wever, moet je eindelijk eens durven toegeven dat je niets meer bent dan een wandelende blokkade op de toekomst van Vlaanderen. Eigenlijk interesseert dit vlakke land jou niet. Je hebt zelfs nog nooit een toekomstplan op papier gezet, laat staan een idee geformuleerd over de richting waarin Vlaanderen moet evolueren. Separatisme is al waar je naar verlangt.
En dan? Hoe gaan we de federale schulden verdelen? Al eens nagedacht over Brussel? Je verkoopt jouw luchtballonnetje als een vette vis. Wel heel welbespraakt, altijd met een beteuterd trekje om de mond en meestal ook met die verongelijkte blik. Dat werkt, voorlopig toch. Maar hoe lang nog? Het moet toch stilaan iedereen opvallen dat je dit alles doet voor het eigen genot. Uitstel is je lust en je leven. Dat uitstellen is een verslaving, een harde drug waaraan jij ondertussen flink verslaafd bent. Oké, iedereen mag stille pleziertjes hebben. Maar bij jou gaan alle remmen los. Jij sleept heel de bevolking mee met je uitstelgedrag.
Het pijnlijkste is wel dat jij je bewust van vijand vergist. Je kiest voor Wallonië als opponent omdat je weet dat een oplossing zo heel lang uitblijft en je jezelf meteen ook verzekert van nog jarenlang persoonlijk (uitstel)genot. Jij hebt genoeg historisch besef om te weten dat Wallonië een gemeenschap is waarmee het fijn samenwerken kan zijn. Dat je met de 19de eeuwse visie op een minimale federale staat, best een constructief confederaal model kan uitbouwen, vol solidariteit.”
Bart De Wever wil zo snel mogelijk de kring verlaten, maar de therapeut is nog niet helemaal klaar.
“Ik weet het. Dit doet pijn, zo’n confrontatie. Maar het is zondermeer zuiverend. Een gelukzalig siddering zal door Vlaanderen vloeien. Trek nu maar naar de Beierse Alpen. Kom tot rust en neem daar al een paar kleine, voorzichtige beslissingen. Welke muziekjes je in de auto speelt, bijvoorbeeld. Begin er ook effectief aan, zelfs al baal je al door er gewoon aan te denken of heb je een slecht gevoel in je maag en darmen. Alleen zo leer je langzaam iets bij. Ga nu maar. O ja, dat zwartlederen schaamlapje mag je aanhouden. Een geschenkje, in naam van heel Vlaanderen.”
Bettina Geysen
terug naar boven


